Kjeld Nuis: ‘Aankondiging als Olympic Champion zó vet’

EMMEN/GANGNEUNG – Na zijn heroïsche zege op het koningsnummer van het schaatsen mag Emmenaar Kjeld Nuis zich nu sinds een week Olympisch kampioen noemen. Een terugblik met de schaatsheld.

Vooraf de grote favoriet en het dan ook maar even waarmaken. Met een tijd van 1.44.01 liet Emmenaar Kjeld Nuis zijn concurrenten op de 1500 meter het nakijken. Sinds zijn overwinning wordt hij geleefd, vertelt hij 48 uur na het behalen van zijn gouden plak.

Hoe zagen de afgelopen twee dagen eruit voor je?
“De laatste dagen waren erg hectisch. Ik word een beetje geleefd, maar wel op een leuke manier. Dat begon gelijk na de race al. Normaal heb je na de race wat journalisten die je interviewen en kun je daarna door naar de kleedkamer. Maar nu kwam ik in een hele sluis met allemaal journalisten en tv-stations die me wilden interviewen. En dan word je aangekondigd als de ‘olympic champion’, dat is zo vet! En na al die interviews moest ik gelijk door naar de gebruikelijke persconferentie en natuurlijk de dopingcontrole. Dan ben je zo weer anderhalf uur verder. Daarna ben ik direct in een taxi gestopt die me naar het Holland Heineken House bracht. Wat een geweldige ervaring daar, met al die mensen die dan voor je staan te juichen. Dat was wel een moment waarop ik besefte dat ik Olympisch kampioen geworden was. Echt genieten! Ook de volgende dag werd ik door iedereen gefeliciteerd.”

Kjeld Nuis gaat uit zijn dak na het winnen van het goud op de 1500 meter. Foto: Stephan Tellier
Kjeld Nuis gaat uit zijn dak na het winnen van het goud op de 1500 meter. Foto: Stephan Tellier

En toen de huldiging op Medal Plaza…
“Ja, dat was een hele bijzondere ervaring. Toen ik op het podium stond met die gouden plak en het Wilhelmus voor mij werd gespeeld, schoten al die momenten wel even door mijn hoofd. Ik vond het moeilijk om mijn tranen binnen te houden.”

Iedereen verwachtte dat jij zou winnen. Hoe heb jij die druk ervaren?
“Natuurlijk heb ik die druk ook gevoeld, maar ik heb me er niet door van mijn stuk laten brengen. Het schaatsen gaat dit seizoen gewoon heel erg lekker. Het gaat technisch goed, ik zit lekker in mijn vel dus ik voelde ook dat het er in zat. Ik begon het seizoen super fit en heb een geweldige zomer gehad. Na de NK-afstanden was ik wat grieperig en reed ik slechte uitslagen. Dan moet je wel sterk in je schoenen staan en mentale weerbaarheid tonen. Ik denk dat dit wel mijn kracht is, want daarna kwam ik sterk terug en reed ik op het Olympisch Kwalificatie Toernooi (OKT) in Heerenveen hele goede tijden. Toen wist ik dat ik op het juiste spoor zat. Dat was wel een lekker gevoel om mee richting de Olympische Spelen te gaan. Toch komt het er dan nog wel even op neer dat je wel je ding moet doen. Maar die snelheid kwam zo makkelijk. Die ronde van 25.0 daar schrok ik wel een beetje van. Dat was niet de planning, maar het is wel een teken dat het met mijn vorm wel goed zit.”

Wat dacht je toen je jouw ploeggenoot Patrick Roest zo hard zag rijden?
“De tijd van Patrick zag ik ook. Dat was echt een strakke tijd! Ik wist direct dat hij dit bij het OKT ook al had gereden, dus moest ik dat ook doen. Op dat moment kon ik me goed richten op mijn eigen race en was mijn tijd goed genoeg gelukkig.”

Als ploeg presteren jullie ook heel goed. Werkt dat als extra stimulans?
“Ja, dat helpt natuurlijk wel. Maar aan de andere kant geeft het natuurlijk ook extra druk, want je moet het wel zelf afmaken uiteindelijk. Ik zit samen in een appartement met Sven Kramer, Patrick Roest en Jan Smeekens. De goede prestaties binnen het team geven veel vertrouwen een het gevoel dat we als team goed bezig zijn. Jan Smeekens vroeg me op de ochtend van de 1500 meter of hij nog iets voor me kon doen tijdens mijn laatste training. Ik heb toen nog wat versnellingen achter hem gereden. Het zijn vaak de kleine dingen die het ‘m doen, maar op die manier helpen we elkaar wel. Dat is wel de kracht van ons team.”

Vrijdag schaats je de duizend meter. Wanneer gaat die knop om?
“Die knop is inmiddels al om hoor. Vandaag – donderdag – was de eerste trainingsdag en daar geniet ik dan ook wel weer van. Gewoon mijn trainingsrondjes draaien, ’s middags lunchen en dan op bed. Dat geeft ook weer rust in de kop. Dan gaat die knop snel weer om.”

Krijg je verder nog iets mee van de Spelen?
“Ik heb de tien kilometer gekeken, maar voor de rest krijg ik er weinig mee. Daar heb ik me ook niet voor opengesteld. Ik heb natuurlijk nog een race te rijden. Vrijdag 23 februari is het zover.”

Bron: Door Marc Slagter, De Zuidoosthoeker